Rouwarbeid is loodzwaar en kost bakken met energie. Je gaat uitgeput naar bed en je komt er uitgeput uit. Als het je al lukt om eruit te komen. Je bent een speelbal van emoties waarvan je tevoren niet wist dat je ze in je had (woede! wanhoop!).

Een rouwend mens is één grote open zenuw. Alles komt ongefilterd binnen, nog versterkt met een factor tien. Zo herinner ik me dat ik op mijn werk zat (al een hele prestatie om daar überhaupt te komen) en dat mijn collega (van wie ik op dat moment bij god niet meer wist hoe ze heette) begon te typen. Op haar toetsenbord. Heel hard. Het.. was.. alsof.. iemand.. een.. duizendknaller.. had.. afgestoken.. Het deed bijna pijn aan mijn oren. Ik moest alle zeilen bijzetten om het niet op een gillen te zetten..

En zoals dat dan gaat: in tijden van extreme crisis en stress vergaar je de bouwstenen waarmee je je eigen tempel van wijsheid bouwt. Dus in het hart van de overweldigende emotie-orkaan kwam een belangrijk genuanceerd filosofisch inzicht tot mij: weg ermee! Dit soort ogenschijnlijk futiele prikkels deden een onevenredige aanslag op mijn toch al geringe hoeveelheid energie. Omdat ik toch al een chronisch gebrek aan energie had, werd dit een onderwerp van zelfstudie. Van prikkelbaar naar prikkelmanagement!

In allerlei situaties ging ik steeds bij mezelf na of iets me energie gaf – of kostte. Wanneer het me energie kostte, dan kon ik kiezen. Ik kon besluiten of ik er iets aan wilde doen of dat ik het accepteerde – als een aanvaardbaar energielek. Soms kon ik pas achteraf vaststellen dat iets me had geprikkeld. Dan was ik er de volgende keer wel alert op. Vergelijk het maar met caloriemanagement: je besluit bij een bonbon/koekje/ijsje of het de extra calorieën waard is. Wanneer die bonbon tegenvalt omdat de chocola niet romig smelt in je mond en de vulling te veel naar kersen smaakt, denk je de volgende keer wel twee keer na.

Prikkels die veel energie kosten en je niets opleveren, daar kan en mag je wat mee doen.
Dat hoort allemaal bij het zorgen voor jezelf, iets dat zeker in emotioneel moeilijke tijden hard nodig is.

Inmiddels ben ik zes jaar verder in mijn rouwreis. Mijn energielevel ligt nu hoger en zo ook mijn tolerantiegrens. En toch, een half loslatende sticker op een bureau, een onaangename geur tijdens een gesprek, mensen die praten als ik iets wil schrijven, het kost me nog steeds extra energie. Ik ben er nog steeds bewust mee bezig en soms neem ik actie.

Vol goede bedoelingen schiet ik soms ook een beetje door (zelfkennis is een groot goed). Zo was er laatst een presentatie waar een vrouw het woord nam. Geen idee wie ze was. Dit keer lag het niet aan mijn geheugenproblemen door de rouwarbeid. Het ging in mij borrelen waardoor het verhaal aan mij voorbij ging. Ik besloot mezelf te helpen en actie te nemen. Dus ik stond op en zei: ‘Sorry, ik werk hier nog niet zo lang, maar wie ben jij eigenlijk?’ Het kwam er helaas nogal abrupt en onaardig uit.. Hopelijk is zij ook bekwaam in prikkelmanagement!