Verlies heeft ook een negatieve impact op je nachtrust. Zo had ik onlangs weer een hele slechte nacht. Meer nacht dan rust. Al met al had ik denk ik drie uur geslapen. Ik kon mijn ogen niet goed open krijgen omdat ze dik waren van het huilen. Weer een verlies.. Mijn verdriet voelde net zo intens als al die jaren geleden.

Ik zag het vijf uur worden. Zes uur. Zeven uur. Ik besloot op te staan. Het leverde me een verbaasde blik van de naast mij slapende kat op. Dat gaf trouwens ook te denken: zou zo’n kat weten dat het zondagochtend is?

Alsof ik door een vrachtwagen was overreden, zo voelde ik me. En erger nog: zo zag ik er ook uit. Wat moest ik doen, wat kon ik doen? Ik kon niet veel bedenken, nu het verlies een fait accompli was.

Dus ik trok mijn renschoenen aan (de rest van mijn renoutfit natuurlijk ook) en ging naar buiten. Zonnebril op natuurlijk (die ogen), muziek van Tiësto in mijn oren. Rennen, energie eruit, weg van alles, onderweg naar alles. De zon scheen en daar ging ik, om half acht op zondagochtend. Terwijl ik normaal gesproken nog in mijn bed zou liggen. Iets dat de rest van de wereld blijkbaar wel deed, want het was doodstil op straat – excusez le mot.

Mijn gebruikelijke rondje voerde me langs prachtige bomen die daar in al hun groene glorie het bos stonden te zijn. Zoals ze dat altijd hadden gedaan, en zoals ze dat ook altijd zouden doen. Het kwam mij zo voor dat, hoe mijn situatie ook zou zijn, deze bomen er altijd zouden staan. Wachtend, begrijpend, bijna minzaam knikkend naar mij. Dat voelde ergens als een geruststelling, als perspectief..

Mijn rondje voerde me langs water, spiegelglad, waar de zon in scheen en een eend stilletjes ronddobberde. Ook alleen. Het beeld was zo prachtig, het kwam bij mij binnen dat het leven zo is, een prachtig tableau waarop wij het schilderij van ons leven maken. Prachtig in de basis. Ik zoog de pracht bijna naar binnen, laafde me aan de schoonheid en voedde me met blije verwondering. Het leven is mooi, te mooi om bij de pakken neer te zitten..

Ik rende verder. Een duif vloog een stukje met mij mee. Het voelde goed, precies zoals het was, alles op zijn plaats. Vrede.

Vaak noemt men mij een sterke vrouw (en dan heb ik het niet alleen over mijn sportinstructeur). Ik weet niet of dat zo is. Wat ik wel denk, is dat ik een veerkrachtige vrouw ben. De diepe dalen zijn talrijk op mijn pad, verliezen kan ik niet vermijden. Het gaat erom, hoe ik er weer uit klauter. Dat noem ik veerkracht. En veerkracht zit voor mij vooral in het open blijven staan voor de mooie dingen. Soms lukt dat beter dan anders. Soms staat de deur, waarachter de schoonheid van het leven straalt, maar een millimeter open. Maar hij staat open. En ik wrik net zo lang, tot die deur steeds iets meer open gaat..

Oefening baart kunst. Uit eigen ervaring kan ik beamen dat hoe vaker je die deur hebt open gewrikt, hoe handiger je erin wordt. Het neemt het verdriet niet weg. Maar met verdriet kan ik leven. Zonder hoop niet..